Aansprakelijkheid

Wie is verantwoordelijk voor de schulden die u maakt voor uw zaak?

Kiest u voor een eenmanszaak, dan bent u onbeperkt aansprakelijk. Dit betekent dat u met u volledige persoonlijke vermogen instaat voor alle verbintenissen van uw zaak. Alles wat u bezit en nog zal bezitten – ongeacht of u het verkregen heeft door uw zaak of niet (bv. erfenis) – kan dienen om de schulden van de zaak te betalen en kan dus bij een faillissement in beslag genomen worden door de schuldeisers.

U wordt weliswaar wel nog beschermd door de faillissementswet, waarbij de rechter u – als u geen grove fouten verweten kunnen worden – verschoonbaar kan verklaren. Dit betekent dat u dan na een faillissement niet meer aangesproken kunt worden voor schulden van de zaak die het faillissement nog niet betaald werden.

Indien u getrouwd bent of van plan bent te trouwen en u start een eenmanszaak, dan sluit u best een huwelijkscontract met scheiding van goederen. Op deze manier beschermt u het vermogen van uw partner en vermijdt u dat schuldeisers ook het inkomen of de bezittingen van uw echtgenoot kunnen aanslaan om de schulden van de zaak te betalen.

Kiest u voor een vennootschap, dan ontstaat er een rechtspersoon die als een zelfstandige entiteit kan optreden. Dit betekent dat u persoonlijk niet de schulden aangaat, maar wel de vennootschap. Dit zorgt ervoor dat u uw privévermogen kan scheiden van het vermogen van uw onderneming.

Toch speelt de keuze van de vennootschapsvorm een belangrijke rol in de mate van uw bescherming.

Bij sommige vennootschappen zal u als vennoot onbeperkt aangesproken (dus met uw privévermogen) worden voor de schulden van de vennootschap. Bij anderen blijft uw privévermogen in principe buiten schot als uw vennootschap zijn schulden niet meer kan betalen.

Toch bestaat er in het laatste geval altijd een beperkte aansprakelijkheid. In geval van faillissement kan de rechter beslissen dat u als zaakvoerder of bestuurder schuld heeft aan het faillissement en dan zal u toch verplicht worden om (een deel van ) de schulden van de vennootschappen met persoonlijke middelen te betalen. Oprichters van de vennootschap kunnen de eerste drie jaar na oprichting ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de vennootschap als blijkt dat ze te weinig middelen hadden voorzien om de zaak op een normale manier uit te oefenen.