Uitbreiding flexi-jobs

Vanaf 1 januari 2018 kan er niet enkel in de horeca beroep gedaan worden op flexi-jobs, maar wordt het systeem uitgebreid naar de detailhandel. Daarnaast zullen nu ook gepensioneerden een flexi-job kunnen uitoefenen.

Wat is een flexi-job?

Met een flexi-job kan een werknemer die elders een hoofdjob heeft toch nog iets bijverdienen zonder hiervoor fiscaal gestraft te worden. Oorspronkelijk was het systeem bedacht om het zwartwerk in de horecasector tegen te gaan. Met een flexi-job kan u bijklussen in de horeca zonder dat deze inkomsten meteen in de hoogste belastingschijf van 50% belast zouden worden.

Integendeel zelfs, er worden op de inkomsten geen fiscale en sociale bijdragen ingehouden, waardoor voor de werknemer bruto gelijk is aan netto. Ook in de personenbelasting worden ze op de inkomsten niet belast.

Voor de werkgever is het systeem ook zeer voordelig, aangezien zij enkel een werkgeversbijdrage van 25% moeten betalen.

Voorwaarden flexi-job

Een flexi-job kan enkel worden uitgevoerd door werknemers die minstens een 4/5 tewerkstelling hebben bij één of meerdere andere werkgever(s) dan die waar ze een flexi-job uitoefenen.  Deze voorwaarde van de 4/5 tewerkstelling wordt bekeken in het referentiekwartaal T-3, dit is dus het derde kwartaal dat aan de tewerkstelling in de flexi-job voorafgaat.

Om een flexi-jobwerknemer tewerk te stellen, moet eerst een schriftelijke raamovereenkomst worden opgesteld en vervolgens een flexi-arbeidsovereenkomst (van bepaalde duur) wanneer de werknemer effectief prestaties komt leveren.

Daarnaast moet u steeds zorgen voor een tijdige Dimona-aangifte

Uitbreiding naar detailsector

Vanaf 1 januari kan een flexi-job niet enkel in de horecasector aangeboden worden, maar ook in de volgende sectoren/paritaire comités van de detailhandel:

  • bakkerijen (PC 118.03);
  • handel in voedingswaren (PC 119);
  • zelfstandige kleinhandel (PC 201)
  • kleinhandel in voedingswaren (PC 202)
  • grote kleinhandelszaken (PC 311)
  • warenhuizen (PC 312)
  • kappers en schoonheidszorgen (PC 314)

Uitbreiding naar gepensioneerden

Vanaf 1 januari 2018 kunnen ook gepensioneerden een flexi-job aangaan. Zij dienen op het einde van referentiekwartaal T-2 dus als gepensioneerde beschouwd worden. In de eerste twee kwartalen van het pensioen geldt wel dat zij in het referentiekwartaal T-3 minstens een 4/5 tewerkstelling gehad moeten hebben bij een andere werkgever.

Bij een gepensioneerde met een flexi-job geldt wel dat het loon moet beschouwd worden als een beroepsinkomen. Daarom moet er steeds nagekeken worden of men met de inkomsten uit de flexi-job de loongrenzen in het kader van de toegelaten activiteiten niet overschrijdt.

Getagd met